Vrij en blij

Hoe mooi kan het zijn, als jouw kind lekker in zijn vel zit en zich vrij en blij voelt. Daar kun je toch echt van genieten als ouder. Als jouw kind worstelt met verlegenheid weet je dat dat niet altijd het geval is, dat ze helaas niet altijd vrij en blij zijn.

Als ik terug denk aan mijn jeugd heb ik veel mooie vrije en blije herinneringen. Herinneringen aan thuis spelen op de boerderij met mijn broertje en zusjes. Spelen op de hooizolder, knutselwerkjes maken aan de eettafel, voetballen in de wei, elkaar met de tuinslang achterna zitten op een warme zomerdag. Op die momenten voelde ik mij echt vrij en blij en niet het verlegen kind dat ik ook kon zijn. Als ik denk aan mijn verlegen versie zie ik een meisje in de klas die geen vraag durfde te stellen, bang was dat ze de beurt kreeg en iedereen naar haar keek, voor een schoolreisje of logeerpartijtje steevast “ziek was” en moest overgeven, een meisje dat te veel op de achtergrond was en zichzelf niet écht liet zien. Dat was tegelijk ook een meisje waar niemand last van had. Ik was rustig en deed wat er van me gevraagd werd.

Ik denk dat we er voor moeten waken dat deze kinderen niet over het hoofd worden gezien. Ieder kind wil immers gezien worden. Verlegen kinderen delen niet gemakkelijk en het is aan buitenkant niet te zien maar van binnen kan er heel wat in hun hoofdjes om gaan.

Bij verlegen kinderen zit veel angst. Angst over hoe ze op een ander over komen, angst om het verkeerd te doen, een aanhoudende angst om negatief beoordeeld te worden door anderen. Deze angst zorgt er voor dat ze geen initiatief durven nemen en daardoor bepaalde ervaringen missen en zich daar vervolgens weer slecht over kunnen voelen. Elke keer als je iets niet hebt gedurfd kan het voelen alsof je gefaald hebt, het kan voelen als steeds een kleine afwijzing en mislukking waardoor je je steeds slechter over jezelf gaat voelen.

Het is als ouder moeilijk om te zien dat je kind bepaalde ervaringen mist omdat zijn verlegenheid in de weg staat. Ervaringen die zijn leven mooier zouden kunnen maken, ervaringen die hij zou kunnen delen met andere kinderen, ervaringen die je je kind gewoon gunt. Als het missen van deze ervaringen alleen maar zorgt dat het de volgende keer nog lastiger is om wel deel te nemen, als de drempel nog hoger wordt dan kan je kind in een vicieuze cirkel raken. Het zelfvertrouwen neemt nog verder af en het wordt alsmaar lastiger om hier zelf uit te komen. Verlegenheid is niet iets waar je overheen groeit, je groeit er ook niet uit. Je moet een manier vinden om er mee om te gaan. Ik heb het nog steeds in me, ik kan me soms nog steeds dat verlegen meisje voelen. Ik heb geaccepteerd dat dat bij me hoort maar weet ook dat ik het niet bén. Ik weet er mee om te gaan en het staat me niet langer in de weg om de dingen te doen die ik wil doen.
Ik wil dolgraag kinderen die worstelen met verlegenheid leren hiermee om te gaan. Ik gun het ieder kind dat ze later vooral vrije en blije herinneringen hebben.